Als gevolg van de gaswinning wordt Groningen al jaren opgeschrikt door aardbevingen. Dit leidt tot vragen over de veiligheid van de inwoners. De Nationaal Coördinator Groningen (NCG) beoordeelt de gebouwen op veiligheid. De typologieaanpak zorgt voor een sneller proces van beoordeling, een oplossing ontwikkeld door een team van onderzoekers van TNO en TU Delft. Daarmee is er sneller zekerheid over de veiligheid van deze huizen.
De aardbeving op 16 augustus 2012 in Huizinge vormde een kantelpunt in de discussie over de risico’s van gaswinning. Vanaf dat moment ontstonden zorgen over de veiligheid. De vraag die beantwoord moest worden was ‘wanneer is een gebouw veilig en hoe maak je dat meetbaar?’ Aan het woord is Chris Geurts, als specialist in bouwdynamica en principal consultant bij TNO betrokken bij de ontwikkeling en de uitrol van deze aanpak. Dat gebeurt traditioneel aan de hand van geavanceerde rekenmodellen waarbij elk gebouw individueel moet worden gemodelleerd en doorgerekend. Een jarenlange opgave, gezien het aantal van 27000 adressen die behoren tot de werkvoorraad van NCG.
Dat moest sneller kunnen, vonden Chris en zijn collega’s bij TNO en zo ontstond al in 2017 het idee voor de zogenoemde typologie-aanpak: de doorrekening van de invloed van seismische krachten op huizen met een vergelijkbare constructieve eigenschappen. De toetsing van huizen met de typologie-aanpak leidt tot een snellere doorlooptijd voor de beoordeling. In plaats van na negen maanden kan de beoordeling van de Groningse gebouwen nu al binnen drie maanden plaatsvinden. Zo hebben bewoners sneller zekerheid over de veiligheid en/of versterkingsmaatregelen van hun woning.
Mandjes en vlekkenkaarten
De aanpak achter de typologieaanpak startte met het verzamelen van alle berekeningen die er al waren. Geurts: ‘Samen met TU Delft brachten we allereerst de werkvoorraad van zo’n 27.000 huizen in kaart en stopten de huizen vervolgens in ‘mandjes’.’ Het indelen gebeurde aan de hand van zeven gebouw- en constructiekenmerken, zoals type en materiaal van de draagconstructie, maar ook het aantal woonlagen en de hoeveelheid openingen als ramen en deuren. Daar kwamen uiteindelijk dertig typologieën uit voort. ‘Dan ben je er nog niet’, weet Geurts. ‘Voor die typologieën moet de kwetsbaarheid worden vastgesteld.’ Een kwestie van hoe de constructie van een huis op bevingsintensiteit reageert. Daarnaast is voor de beoordeling relevant waar het huis staat. TNO en TU Delft ontwikkelden vlekkenkaarten die per typologie weergeven waar deze typologieën in Groningen niet voldoet aan de veiligheidseisen, en waar deze wel voldoende veilig zijn. Deze kaarten zijn gebaseerd op de te verwachten nieuwe aardbevingen en de sterkte-eigenschappen binnen de beschouwde typologie.
Maatschappelijke impact
Inmiddels werkt de NCG met de typologieaanpak en vlekkenkaarten. Op dit moment is zo’n zestig procent van de 27.000 gebouwen al beoordeeld. Medio 2023 moet de gehele voorraad zijn beoordeeld. Daarna volgt voor die gebouwen die nog niet voldoen aan de veiligheidsnorm nog een vervolg waarbij versterkingsmaatregelen worden ontworpen en toegepast.
Geurts en zijn team is het niet alleen om de tijdwinst te doen. Door de aanpak en door het beste advies te geven hopen ze vooral onzekerheid weg te nemen bij bestuurders én bewoners. ‘Het is een met emoties beladen opdracht met maatschappelijke impact. Wat we zeker niet willen is meer onzekerheid creëren. Dat is best lastig, want ook al ben je niet verantwoordelijk, het voelt soms wel zo.