Water blijven weren in de rivierdelta waarin wij leven is geen wenselijke optie om onze voeten de komende decennia droog te houden. Annemargreet de Leeuw van Deltares werkt aan een andere aanpak en manier van denken over waterveilige landschappen.
De droge zomer van 2022 heeft laten zien waar het IPCC-rapport voor waarschuwde: de klimaatverandering dringt zich steeds sneller aan ons op. Een stijgende zeespiegel en tropische temperaturen, extreme droogte en hevige neerslag zetten ons watersysteem in de nabije én verre toekomst onder druk. Annemargreet de Leeuw, programmamanager Flood Risk bij Deltares, weet voor welke toekomstige uitdagingen wij staan. ‘Onze waterbeheersing is gericht op water buiten de deur houden. De vraag is: moeten we dit systeem optimaliseren of moeten we water juist opslaan in het landschap, op zo’n manier dat we nog steeds veilig kunnen wonen en werken.’ De vraag stellen, is deze eigenlijk al beantwoorden. ‘We werken aan de inrichting van duurzame landschappen waarin we meer met het water leven, ervan genieten en waar water eerlijk verdeeld is.’
Houdbaar tot 2100
De specifieke gebiedsgerichte aanpak van Deltares en WUR voor het ontwikkelen van landschappen van de toekomst, rust op drie pijlers:ze moeten waterveilig, waterrijk en waardenrijk zijn. Annemargreet: ‘Het toekomstige waterbeheer is meer gericht op veerkracht in plaats van keerkracht, we geven meer ruimte aan het water in het landschap en creëren daarmee meerwaarde voor iedereen. Bijvoorbeeld met als doel het water te kunnen bergen bij te veel neerslag en overstromingen en het water te kunnen vasthouden voor tijden van droogte. Afvoeren is het laatste wat je doet. Een voorbeeld hiervoor is het ABC-Delfland, waarin een slimme combinatie van het bergen van het water in bergingspolders, ruimte voor water in de boezem en voldoende gemaalcapaciteit voor de afvoer van het water helpt om wateroverlast zoals in 1998 te voorkomen.
Wat als
Het laten ontstaan van zulke landschappen vraagt om ingrijpende veranderingen die morrelen aan onze (huidige) aanpak, afspraken en beleid. Het project werkt aan conceptontwikkeling in drie pilotgebieden: (1) de kop van Noord-Holland, rondom Schagen en Den Helder, (2) het splitsingsgebied van de Rijn, IJssel en Waal bij Spijk in Gelderland en (3) de Friese Waddenkustlijn. Annemargreet: ‘In Noord-Holland verzilt de bodem, dat is schadelijk voor de bollenteelt. Hoe houdbaar is die teelt in de toekomst? Moet er meer of minder water komen in dat gebied, hoe zit het met het achterland, wat als er zich extreme overstromingen voordoen? Welke andere verdienmodellen zijn er voor dat gebied? We gaan om de tafel met ambtenaren en bestuurders uit gemeentes en provincie, met de drinkwatervoorzieningsbedrijven, met natuurorganisaties. We starten het gesprek met ontwerpateliers.’
Bewustwording
Aan die tafels vindt een complexe afweging van belangen plaats voor economie, natuur, bedrijven, boeren en bewoners. Deltares en WUR brengen hun kennis in. ‘Wij denken vanuit ‘blauw’, Wageningen vanuit ‘groen’. Wageningen weet alles van het natuurlijk basissysteem en de inrichting van de bestaande landschappen. En zij maken nieuwe kaarten op basis van onze inbreng over klimaatverandering en de maakbaarheid van duurzame waterrijke en waterveilige landschappen.’ Een kruisbestuiving waarbij met veel verschillende brillen ver vooruit wordt gekeken. Met noodzakelijke en verstrekkende gevolgen voor de ontwikkeling van het landschap van de toekomst. Neem de woonopgave die in veel gebieden speelt. Kunnen we nog wel zoals we al jaren gewend zijn blijven bouwen in polders die ver onder NAP liggen? Annemargreet zegt daarover: ‘In Nederland is alles goed geregeld, negentig procent van de mensen denkt dat dijken verhogen genoeg is om tegen het water bestand te zijn. Maar de weersomstandigheden worden extremer en we worden steeds kwetsbaarder als we in diepe polders bouwen zonder aanpassingen. Vooral als die polders last hebben van bodemdaling. Die bewustwording moet groeien.’