Een dijk versterken, een vaargeul verdiepen of nieuwe natuur creëren: er wordt een hoop bagger verplaatst om de Nederlandse natuur en ecologische waterkwaliteit te verbeteren en watergangen bevaarbaar te houden. Met het opgegraven slib ontsnappen vaak ook broeikasgassen uit de bodem. Hoeveel en hoe ernstig is vrijwel onbekend.
Deltares
Bij kustprojecten als land- en havenontwikkeling en kustbescherming wordt vooral gekeken naar de fossiele brandstoffen die het baggermaterieel uitstoot. Martine Kox, microbioloog bij Deltares: ‘Logisch, want daar is het beleid van de overheid op gericht. Maar we vergeten de koolstof die zit opgeslagen in het materiaal dat we uit de bodem halen.’ Kox doelt op sedimenten rijk aan organisch materiaal zoals in kustsystemen zeegrasweiden, kwelders en mangroven, en in zoetwatersystemen, veensystemen, sloten en meren. Bij een gezonde ‘carbon cycle’ (koolstofcyclus) is de uitstoot en opname van koolstof in balans, of wordt koolstof uit de lucht opgenomen. Ga je grond verzetten, dan komen opgeslagen gassen uit bepaalde bodems onbedoeld vrij. De impact kan aanzienlijk zijn; mangroven bevatten bijvoorbeeld vijf keer zo veel koolstof als een vergelijkbaar stuk regenwoud. ‘Dat we de natuur verstoren heeft redenen en doelen, maar het duurt lang voordat zo’n bodemsysteem weer stabiel is en broeikasgassen gaat vastleggen’, legt Wouter van de Star, projectleider DuNaG en onderzoeker Biogeochemie bij Deltares. ‘Die vastlegging kan de uitstoot na verloop van tijd weer compenseren.’
Marker Wadden
Om grip te krijgen op de koolstofcyclus tijdens nat grondverzet, werd het project Duurzaam Nat Grondverzet (DuNaG) op poten gezet, vanuit een samenwerking waarin ook Sweco, RHDHV en Arcadis betrokken zijn. De eerste metingen vonden plaats bij de vorming van de Marker Wadden in het Markermeer. Van der Star: ‘De lucht boven de werkzaamheden waait door een zogenaamde eddy covariance-mast, die tien keer per seconde de concentraties broeikasgassen zoals CO2 en methaan meet over een groot gebied. Rekening houdend met luchtvariabelen kunnen we de concentratie broeikasgassen per oppervlakte-eenheid per tijdseenheid berekenen. Daarnaast monitoren we lokaal, door kamers over stukjes bodem en water heen te zetten.’
Koolstof-inclusieve oplossingen
Op het moment van ontgraven lijkt veruit de meeste emissie vrij te komen. Kox: ‘Niet zozeer van de actieve microbiële activiteit op dat moment, maar van opgeslagen gas dat tijdens werkzaamheden uit de bodem ontsnapt.’ Met die kennis kun je op zoek naar oplossingen om deze uitstoot aan te pakken. Wellicht is het mogelijk om methaan af te fakkelen, of kun je gas als biogas afvangen en hergebruiken. Ook een optie is om in de winter te werken, wanneer de microbiële activiteit in de bodem en daarmee de impact van de werkzaamheden veel lager is. Een alternatief is traag werken, zodat de natuur zichzelf tussendoor steeds kan herstellen. Kox: ‘Op sommige plekken in de wereld worden mangroven hersteld, zodat die op de lange termijn weer koolstof gaan vastleggen. In Nederland kun je denken aan veenherstel of de aanplant van een wilgenbos op een vooroever. In plaats van beton storten om het water tegen te houden, kunnen we veel slimmer samenwerken met de natuur in de vorm van Nature Based Solution, om groene, koolstof-inclusieve oplossingen te vinden.’