Sinds 2009 daalde het gebruik van antibiotica in de veeteelt fors. Veebedrijven vreesden voor productieverlies en verslechtering van de concurrentiepositie. Ten onrechte, blijkt uit een onderzoek van Wageningen University & Research naar vleeskuiken- en varkensbedrijven.
Expats kijken ervan op dat Nederlandse artsen zo terughoudend zijn met het geven van antibiotica. In het buitenland worden deze veel vaker voorgeschreven. Maar antibioticaresistentie, waardoor infecties niet meer effectief zijn te bestrijden, is een groot gevaar voor de volksgezondheid. In de veeteelt werden antibiotica tot 2009 nog wel veel toegediend. Inmiddels is het gebruik teruggebracht met 69 procent. Zonder aantoonbaar negatief effect op de productie, blijkt uit een Wageningse steekproef in 2019 onder vijftienhonderd varkens en vleeskuikenbedrijven. Dat is belangrijk nieuws voor Nederland, maar ook voor de landen die nog wel veel antibiotica gebruiken, zegt Ron Bergevoet van Wageningen Economic Research, onderdeel van WUR.
Knop omzetten
Wereldwijd is nog maar weinig onderzoek gedaan naar de economische effecten van maatregelen die antibioticagebruik terugdringen. Voor de reductie bij vleeskuiken- en varkenshouders werden relatief eenvoudige en goedkope maatregelen uitgevoerd, vertelt de onderzoeker economie van diergezondheid. Voor de veehouders kwam het vooral neer op ‘de knop omzetten’ en nieuwe routines aanleren op het gebied van diergezondheidsmanagement. Denk aan meer aandacht voor hygiëne, gebruik van pijnstillers, ontstekingsremmers of preventieve vaccinaties als vervangende maatregelen voor antibioticagebruik.
De grootste daling (van 74 procent) werd gehaald bij de vleeskuikenhouders, deels dankzij de introductie van langzaam groeiende slachtkuikens met meer ruimte per dier en minder ‘kinderziektes’. De varkenshouders bereikten een reductie van 58 procent. Een centrale rol was daarbij weggelegd voor dierenartsen, die vanuit een coachende rol alternatieven aanreikten. En per bedrijf een risicoprofiel en adviezen op maat over diergezondheid. “Gezonde dieren produceren beter dan zieke dieren, met betere resultaten tot gevolg.”
Vervolgonderzoek
Nog niet alle veehouders omarmen het gedaan naar de economische effecten van maatregelen die antibioticagebruik terugdringen. Voor de reductie bij vleeskuiken- en varkenshouders werden relatief eenvoudige en goedkope maatregelen uitgevoerd, vertelt de onderzoeker economie van diergezondheid. Voor de veehouders kwam het vooral neer op ‘de knop omzetten’ en nieuwe routines aanleren op het gebied van diergezondheidsmanagement. Denk aan meer aandacht voor hygiëne, gebruik van pijnstillers, ontstekingsremmers of preventieve vaccinaties als vervangende maatregelen voor antibioticagebruik.
De grootste daling (van 74 procent) werd gehaald bij de vleeskuikenhouders, deels dankzij de introductie van langzaam groeiende slachtkuikens met meer ruimte per dier en minder ‘kinderziektes’. De varkenshouders bereikten een reductie van 58 procent. Een centrale rol was daarbij weggelegd voor dierenartsen, die vanuit een nieuwe beleid enthousiast. Juist naar deze groep is aanvullend onderzoek nodig om nog een volgende stap in de reductie te realiseren. “Van de voorlopers weten we dat ze meer openstaan voor hun omgeving en minder beren op de weg zien.” Maar hoe haal je de veehouders over die reductie van antibiotica op hun bedrijf nog niet weten te realiseren? Vervolgonderzoek van WUR moet uitwijzen hoe zij alsnog gaan meedoen.